Het wordt al weer zijn 6e seizoen bij de hoofdmacht van Excelsior’31. Voor Hans Baan wordt 2006/2007 min of meer het seizoen van de waarheid, zoals hij het zelf omschrijft. ‘Het moet er maar eens van komen’, zo meent de 21-jarige robuuste verdediger.
‘Het afgelopen seizoen heb ik de voorbereiding meegemaakt, maar koos de trainer uiteindelijk voor dezelfde spelersgroep als het seizoen er voor, toen men kampioen in de Hoofdklasse C werd. Na een aantal weken heb ik in een persoonlijk gesprek met de trainer aangegeven dat ik te weinig aan voetballen toe kwam. Ik wilde het plezier in voetbal weer terug krijgen. Ik ben immers geen bankzitter, weet je. Dan vreet ik mezelf op….
Hij had daar alle begrip voor en kon zich prima in mijn situatie verplaatsen. Ik heb een bewuste keuze gemaakt om een stap terug te doen, naar het 2e . We begonnen aan het seizoen met een bijzonder jong elftal, iedereen weet waar dát toe heeft geleid. Het landskampioenschap was geweldig om mee te maken. Sterker nog, misschien maak je het wel helemaal nóóit meer mee! De supporters waren fantastisch, dat mag absoluut gezegd worden.
Bij het 2e scoorden we vrij veel uit de zgn. ‘dode’ spelmomenten, want daar trainden we immers veel op. Harald Eertink en Gerwin Schalk waren de mensen met de prima traptechniek, spits Björn Calkhoven en ik wisten exact van elkaar wie wat zou doen. De ene keer dook hij op bij de eerste paal - en ik bij de tweede. En omgekeerd. Dat bleek een prima wapen. Bijzonder moeilijk te verdedigen, zo bleek...’
Het landskampioenschap van het 2e was natuurlijk geen toeval. Een aantal spelers heeft zich immers afgelopen seizoen geweldig ontwikkeld en zou ook in de hoofdmacht niet misstaan. Hans Baan: ‘Dat denk ik ook niet. Desondanks weet ik als geen ander dat er tussen het 1e en het 2e een zeker niveauverschil zit, maar een speler moet wel de káns krijgen om zich in het 1e te kúnnen spelen.
Daar ontbrak het volgens mij absoluut aan. Niet voor niets hebben clubs uit de regio – na afloop van het seizoen - aan de bel getrokken bij een aantal spelers van het 2e. Ook bij mij, dat klopt. Dat is een zeker signaal naar Excelsior’31, als je het mij vraagt. Zo in de trant van ‘Als júllie ze niet de kans geven, halen wij ze wel op...’
Nu scheelt het dat ik geen ‘loper’ ben, maar ik wil wél het maximale uit mijn voetbalcarrière halen. Als het even kan, het liefst bij Excelsior’31. Ik heb een goed gesprek gehad met de nieuwe trainer, ik weet waar ik aan toe ben. Het is aan mij om te laten zien dat ik in het eerste hoor. Zo simpel is het in feite. Op mij kunnen ze rekenen!’