Bastiaan Schuitert promoveerde afgelopen seizoen met C1 naar de landelijke 3e Divisie, een prima prestatie van een talentvolle groep. De 28-jarige Schuitert was zelf ooit een talentvolle verdediger en maakte daarom reeds op 16-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal.
'Ik was een vrije verdediger met aanvallende intenties. Ik mocht graag voor de laatste linie voetballen en – waar mogelijk – een extra linie doorschuiven. Ik voetbalde altijd met een zeker risico in mijn spel. En ja, dat ging ook wel eens mis', grijnst Schuitert.
'Bovendien was ik een wat luie voetballer, ik deed in feite nooit een stap te veel. Als het even kon liep ik er de kantjes van af tijdens de trainingen. Daar ben ik niet trots op, het heeft me uiteindelijk de das om gedaan als het om mijn voetbalcarrière gaat.
Om een voorbeeld te noemen: René Klein Horsman woonde vroeger een aantal straten verderop en niet zelden reed ik met hem in de auto mee naar de training zodat ik met het slechte weer niet hoefde te fietsen. René had zo nu en dan last van migraine en stapte dan logischerwijs uit de training – en ging naar huis.
Tja, dan moest ik wel mee, hè? Anders had ik geen vervoer naar huis en dat vond ik totaal niet erg. Ik had een hekel aan trainen, zeker het begin van de week.’
’Het luie dat ik als voetballer had is misschien wel ontstaan in de tijd dat ik de jeugdelftallen doorlopen heb. Ik heb eigenlijk weinig moeite moeten doen om me staande te houden, ook als ik vervroegd over moest. Door de ‘fouten’ die ik maakte - waarvan ik wel degelijk geleerd heb - is het makkelijk te vertalen naar de trainingen die ik verzorg.
Ik ben door een hardnekkige knieblessure op mijn 20e reeds gedwongen met voetballen te stoppen, mede door de ontbrekende drang om terug te vechten. De hardheid van Marcel Borkent of Christiaan Pijffers heb ik nooit gehad. Later zag ik pas in hoe zij, misschien gezegend met wat minder talent, toch datgene bereikten wat ze wilden bereiken.
Voor hen heb ik nu het meeste respect, terwijl het vroeger absoluut niet de spelers waren waarmee ik het beste kon opschieten. Voetbal is voor mij immers nooit meer geweest dan een leuke ontspanning…’
Verwachting voor het nieuwe seizoen
'Ongeacht de kwaliteit van de spelersgroep begin ik altijd aan een nieuw seizoen met de intentie om voor het kampioenschap te gaan. Mocht het nodig zijn dan pas ik na verloop van tijd mijn doelstelling wel aan. Zo simpel is het in feite.
Je moet altijd proberen het maximale uit je team te halen. Ga je tegen een stel jonge jongens zeggen dat handhaving het doel is, dan doe je die jongens tekort. Handhaving is namelijk het minimale doel in mijn ogen, anders hoef je niet eens te beginnen...’