Roeland ten Berge, foto: Berend Kreijkes (Rijssens Nieuwsblad)
RAALTE - Na drie uiterst succesvolle seizoenen bij Excelsior’31 vertrekt A1 trainer Roeland ten Berge aan het eind van dit seizoen naar de Go Ahead Eagles. Een droom kwam dan ook uit voor de 28-jarige Raaltenaar. Vanaf dag één bij Excelsior’31 stak Ten Berge dan ook bepaald niet onder stoelen of banken ooit aan de slag te willen bij de jeugd van een BVO. Sterker nog, hij was met Excelsior’31 reeds een nieuwe, tweejarige overeenkomst aangegaan. Met één restrictie: mocht er onverhoopt interesse komen vanuit het betaalde voetbal, dan zou Roeland ten Berge geen strobreed in de weg kunnen worden gelegd.
Roeland ten Berge: ‘Het is nog niet helemaal duidelijk welk team ik het komend seizoen zal trainen, bij Go Ahead Eagles. Dat kan A1 of B1 zijn. Voor mij is dit een uitgelezen mogelijkheid aan de slag te kunnen in het betaald voetbal. Door mijn werkzaamheden bij de KNVB (Ten Berge is werkzaam bij de KNVB district Oost, dat locatie houdt in Deventer, red.) is het nog geen tien minuten rijden naar het trainingscomplex van de Go Ahead Eagles. Mooier kan het bijna niet..’
Roeland ten Berge kwam met A1 vorig seizoen net iets te kort, in de nacompetitie, die recht gaf op promotie naar de 2e Divisie. Ook dit seizoen spreekt Excelsior’31 A1 een woordje mee. Sterker nog, het staat fier aan kop, in de 3e Divisie. Kansen voor promotie naar de 2e Divisie zijn er daarom te over. Toch houdt Ten Berge zich niet bepaald met het (mogelijk) aanstaande kampioenschap bezig en houdt hij zelfs bewúst de boot wat af. ‘Wij leven van wedstrijd tot wedstrijd, bij A1. Ik probeer voetbal dan ook op een geheel eigen, misschien wat onorthodoxe, maar perfect bij ons passende manier te benaderen. Wat ik de jongens heb proberen bij te brengen is wat men als eerste moet doen bij omschakeling van balbezit naar balverlies en vice versa. Ik hou me dan ook niet uitsluitend bezig met de positie op de ranglijst, of wie er bij de tegenstander gevaarlijk is. Dat zal me met recht een zorg zijn. Immers, wanneer iedereen positioneel goed staat en zich bewust is van zijn taken, kan het bijna niet fout gaan. Op die manier hoef je ook geen zenuwen te hebben, voor aanvang van de wedstrijd. Voetbal is een teamsport, je bent daardoor van elkaar afhankelijk. Als er binnen het team één of twee verzaken, heeft dat gevolgen voor de rest van het team. Voert iedereen z’n taak echter naar behoren uit en loop je onverhoopt tóch tegen een nederlaag aan, dan valt niemand iets te verwijten. Dan ben je er zeker van dat iedereen er alles aan heeft gedaan en mag de conclusie zijn dat er gewoon niet méér in zat. Simpel toch?’
Roeland ten Berge combineerde vorig seizoen nog het trainen en coachen van de D1 jeugd, met dat van A1. Ten Berge was, samen met de jeugdopleiders bij Excelsior’31, verantwoordelijk voor het opzetten van de Stichting Excelsior’31 Promoting Voetbalschool, het herschrijven en actualiseren van het beleidsplan bij de jeugd én leverde een essentiële bijdrage bij het verkrijgen van de 1-sterren waardering, die Excelsior’31 medio april in ontvangst zal mogen nemen. Als eerste amateurclub in Nederland, samen met Excelsior Maassluis.
Kortom: Roeland ten Berge heeft in de drie voorbij gevlogen jaren dat hij zich met hart en ziel ingezet heeft een onuitwisbare bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de jeugdopleiding van Excelsior’31. De kracht van voetbaltrainer Roeland ten Berge is dan ook dat, middels een prima functionerend roulatiesysteem, bij hem iedereen aan het spelen komt. Geen ontevreden en gefrustreerde gezichten op de bank, of spelers die nauwelijks of geen speeltijd krijgen. Ten Berge zweert bij het collectief. Alle spelers zijn voor hem éven belangrijk. ‘Ik heb ze alle zestien nodig, in een seizoen. Dat zie je nu weer, met de blessures van Emiel en Bart. Iedereen krijgt, waar mogelijk, zoveel mogelijk speeltijd. Of ze spelen een wedstrijd in A2. In feite is het heel simpel: van op de bank zitten wordt niemand beter. Als ik week in week uit een bepaalde speler op de bank plaats laat nemen en ik moet op goed moment een beroep op hem doen, heeft die speler absoluut geen ritme, balgevoel enz. Daar heb ik mezelf mee. Bij een amateurclub kan zoiets volgens mij absoluut niet, in het betaalde voetbal ligt dat misschien wat genuanceerder. Ik heb drie jaar lang met veel plezier bij Excelsior’31 gewerkt en zal zeker contact houden met de club. Het spreekt voor zich dat ik de ontwikkeling van spelers waar ik mee gewerkt heb, op de voet zal blijven volgen…’ (StM)