Al sinds 1965 maken we gebruik van het oude vertrouwde clubhuis. Een plek waar we prachtige momenten hebben meegemaakt. Waar we lief en leed met elkaar hebben gedeeld. Het hart van de club. Menig bezoeker sprak van een sfeervolle kantine, iets om trots op te zijn. Aan dat hoofdstuk kwam vorig seizoen een einde. We zijn als vereniging enorm gegroeid. Er blijven maar leden bijkomen die zich ook in het rood-wit willen hijsen. Een groei van ongeveer driehonderd leden in 1965 naar bijna tweeduizend Excelsioren nu. Een groei om trots op te zijn! Maar ook een groei die nieuwe uitdagingen met zich meebrengt. Het stijgend aantal leden i.c.m. een langzaam verouderend clubhuis zette in 2021 een ‘verbouwing of nieuwbouw’ al eens op de agenda van het bestuur en die van de algemene ledenvergadering. Het clubhuis was niet alleen te klein, maar ook enorm verouderd. Waar onze oude kantine op het eerste oog eruitzag als een prachtige, knusse en gezellige kantine, zaten achter de muren voldoende verborgen gebreken die aanpak verdienden. Er zijn meerdere plannen voor mogelijke oplossingen de revue gepasseerd. Zo werd er gesproken over zowel een verbouwing van het oude clubgebouw als een combinatie van verbouwing én nieuwbouw. Uiteindelijk bleken beide opties te duur te zijn voor de club. Wanneer de club zou kiezen voor dure nieuwbouw zou het plan breed gedragen moeten worden. De plannen kwamen stil te liggen. Uiteindelijk werden de nieuwbouwplannen na de coronaperiode in 2023 weer uit de ijskast gehaald. Een kernteam-nieuwbouw werd gevormd om de financiële en reële mogelijkheden te onderzoeken. In het kernteam zaten Richard Baan, Rik ter Harmsel, Marcel Kreijkes, René Klein Horsman, Gert-Jan ten Brinke en Fredrik Troost. Het kernteam werd uitgebreid naar kernteam+ met Harald Eertink, Edwin Postma en Mark Bouwens. Onze penningmeester Fredrik Troost begeleidde ons in het proces hoe we als club de financiering van de nieuwbouw op touw konden zetten.
EEN FINANCIEEL FUNDAMENT ONDER DE TOEKOMST
Een nieuw clubhuis bouwen begint met een tekening. Het daadwerkelijk realiseren ervan begint met vertrouwen. Toen de eerste plannen voor nieuwbouw serieus vorm kregen, lag direct de belangrijke vraag op tafel: hoe financier je als vereniging een project van deze omvang? Voor penningmeester Fredrik Troost was het duidelijk dat er eerst een realistisch financieel plaatje moest komen. “Toen we zicht kregen op de bouwkosten was dat best uitdagend”, blikt Troost terug, “maar tegelijkertijd hadden we het vertrouwen dat dit voor een club als Excelsior’31 haalbaar zou zijn. We hebben vanaf het begin verschillende scenario’s uitgewerkt en steeds gekeken: wat kunnen we als vereniging verantwoord dragen?”
EEN PUZZEL MET MEERDERE STUKJES
De financiering van het nieuwe clubhuis kwam uiteindelijk uit verschillende bronnen. Subsidies, eigen middelen van de vereniging, leningen van betrokken bedrijven, obligaties voor leden en sponsoren, acties vanuit de vereniging én een bancaire financiering vormden samen het fundament onder het project. Volgens Troost was juist die combinatie belangrijk: “Je wilt niet afhankelijk zijn van één partij. Door verschillende financieringsvormen te combineren, ontstaat een veel sterker fundament.” Daarbij speelden subsidies een belangrijke rol. Zowel de gemeente Rijssen-Holten als landelijke regelingen voor sportaccommodaties leverden een belangrijke bijdrage aan het project. Toch bleef daarna nog een aanzienlijk bedrag over dat door de vereniging zelf moest worden bijeengebracht.
VERTROUWEN VANUIT HET BEDRIJFSLEVEN
Een belangrijk deel van de financiering kwam vanuit het bedrijfsleven. Ondernemers uit het netwerk van Excelsior’31 waren bereid om via leningen mee te investeren in de toekomst van de vereniging. Dat leverde zelfs meer op dan vooraf was begroot. “Dat gaf echt vertrouwen”, vertelt Troost. “We hadden een bepaald bedrag ingeschat en uiteindelijk werd dat ruimschoots gehaald. Op dat moment voel je dat er veel draagvlak is voor de plannen.” Volgens hem laat dat zien hoeveel vertrouwen de sponsoren hebben in Excelsior’31. “Bedrijven investeren niet alleen in een gebouw, maar ook in de toekomst van de vereniging.”

LEDEN KONDEN OOK MEEDOEN
Naast de grote bedrijfsleningen werd bewust gezocht naar een manier waarop ook leden en kleinere sponsoren konden bijdragen aan de financiering. Dat leidde tot de uitgifte van obligaties. “Niet iedereen kan een grote lening verstrekken. Daarom wilden we ook een product aanbieden waaraan leden en kleinere sponsoren konden deelnemen. Zo kreeg iedereen de mogelijkheid om op zijn eigen manier bij te dragen.” Die belangstelling bleek groot. De doelstelling werd gehaald en bevestigde opnieuw dat de vereniging gezamenlijk achter het project stond.
RUIMTE OM TE ONDERNEMEN
Natuurlijk verliep niet alles precies zoals vooraf was bedacht. Sommige onderdelen van de financiering pakten gunstiger uit dan verwacht, terwijl andere initiatieven minder opleverden. Toch kwam het totale financiële plaatje nooit serieus onder druk te staan. “We hebben vanaf het begin gekeken naar verschillende scenario’s. Daardoor konden we onderweg bijsturen wanneer dat nodig was.” De Rabobank speelde ook een belangrijke rol. “De Rabobank heeft zich als financier flexibel opgesteld en actief meegedacht over een constructie die aansloot bij de mogelijkheden van Excelsior’31.”
INVESTEREN IN DE VOLGENDE GENERATIE
Wanneer straks de deuren van het nieuwe clubhuis opengaan, zullen weinig bezoekers nog nadenken over subsidies, obligaties of financieringsconstructies. Toch vormen juist die keuzes het fundament onder het gebouw. Voor Troost draait het uiteindelijk om meer dan cijfers alleen. “Het nieuwe clubhuis moet passen bij de omvang en ambities van onze vereniging. We investeren niet alleen in een gebouw, maar vooral in de toekomst van Excelsior’31.” En precies dat is misschien wel de belangrijkste opbrengst van het hele traject: een vereniging die samen met leden, sponsoren, ondernemers, gemeente en partners heeft laten zien dat grote ambities gerealiseerd kunnen worden. De acties die vanuit de club moesten komen, hebben uiteindelijk veel minder opgeleverd dan verwacht en gehoopt. Wetende dat de club deze tegenvallers heeft kunnen opvangen, zijn we benieuwd hoe de ideeën voor die acties tot stand zijn gekomen en verlopen. We spraken met Niels Voortman, vanuit het bestuur betrokken bij de opzet van deze acties en zelf actief in de werkgroep voor de veilingavond voor sponsoren.

DE CLUB BOUWT MEE
Een nieuw clubhuis bouw je niet alleen met beton, staal en hout. Je bouwt het ook met betrokkenheid. Dat besefte het bestuur van Excelsior’31 al in een vroeg stadium. Naast subsidies, leningen en obligaties moest ook de vereniging zelf een bijdrage leveren aan de financiering van de nieuwbouw. Daarmee ontstonden twee grote initiatieven: een loterij voor zowel leden als alle andere geïnteresseerden en een veilingavond voor sponsoren. “Die acties kwamen in beeld toen het definitieve besluit voor de nieuwbouw was genomen”, vertelt bestuurslid Niels Voortman. “Toen de bouwkosten steeds concreter werden, werd ook duidelijk dat we als vereniging zelf een substantiële bijdrage moesten leveren. Dat betekent meer dan alleen geld ophalen. Het gaat ook om draagvlak creëren. Leden, vrijwilligers, sponsoren en ondernemers moeten mede-eigenaar zijn van het project.”
EÉN GROTE ACTIE
Binnen de overkoepelende Commissie Clubhuisacties werd al snel een belangrijke keuze gemaakt: in plaats van tientallen kleine acties wilde men één initiatief ontwikkelen dat het grootste deel van de opbrengst moest opleveren. “Met kerststollen verkopen of andere kleine acties haal je misschien duizend euro op, maar als je enkele tonnen nodig hebt, moet je andere keuzes maken”, zegt Voortman. “Daarom kwamen we al snel uit bij een loterij.” Dat idee kwam niet uit de lucht vallen. Andere verenigingen hadden eerder laten zien dat een grootschalige verenigingsloterij succesvol kan zijn. Die ervaringen gaven vertrouwen, zonder de risico’s uit het oog te verliezen. “Je weet dat je moet investeren: prijzen moeten er zijn, voordat je ook maar één lot verkocht hebt. Daar zit dus een financieel risico. Maar we waren er wel van overtuigd dat we dit als club, als Excelsior’31, voor elkaar konden krijgen.” “De verkoop van de loten verliep lange tijd niet zoals verwacht en zeker niet als gehoopt.” vertelt Niels. Over het verloop van de loterij spreken we verder met loterijcommissielid Art-Jan Dennekamp.
WORD EEN WINNAAR
De loterij was één van de meest opvallende acties binnen de financiering van de nieuwbouw. Met grote prijzen en een ambitieuze opzet hoopte de club een mooie bijdrage te leveren aan het nieuwe clubhuis. De loterijcommissie bestaande uit Stijn Beverdam, Léon Nijkamp, Melvin Heuvelman en Art-Jan Dennekamp kijkt terug op een intensief traject van een jaar voorbereiding en een half jaar uitvoering. In samenwerking met Digital Agency Moddit werd de gehele campagne opgezet. Financieel gezien bleef de opbrengst uiteindelijk achter bij de verwachtingen en draaide de actie ongeveer quitte. Toch kijkt kartrekker Art-Jan Dennekamp daar met een positief gevoel op terug. “Natuurlijk hadden we vooraf gehoopt dat de loterij meer zou opleveren,” vertelt Art-Jan. “Als ik terugkijk, zie ik vooral hoeveel mensen zich hebben ingezet om er een succes van te maken.” Sponsoren schoten op verschillende manieren te hulp, vrijwilligers maakten promotie en leden kochten loten om de club te steunen. Juist die gezamenlijke inspanning maakte indruk. “Verder moeten we niet te veel in de slachtofferrol kruipen, maar we hebben op verschillende vlakken wel heel vaak te maken gehad met onvoorziene tegenslagen,” vult Art-Jan tot slot nog aan. Volgens Dennekamp laat de loterij vooral zien waar Excelsior’31 voor staat. “De nieuwbouw is uiteindelijk niet mogelijk gemaakt door één sponsor, één actie of één commissie. Het is het resultaat van het feit dat heel veel mensen samen de schouders eronder hebben gezet.” In die zin was de loterij meer dan een financiële actie. Ze bracht betrokkenheid, enthousiasme en saamhorigheid teweeg rond één van de grootste projecten uit de recente clubgeschiedenis. “De hooghoud-actie met alle kinderen op veld 1 waarmee uiteindelijk het Jeugdjournaal, Tubantia en TV Oost werden gehaald, hebben ons als club op de kaart gezet; dat was zonder de loterij niet gebeurd,” sluit Art-Jan af.
EEN AVOND VOOR ÉN MET HET BEDRIJFSLEVEN
Naast de loterij ontstond een tweede initiatief: een exclusieve veilingavond voor sponsoren en relaties van de club. Het idee kwam, nadat Voortman bij een andere vereniging kennismaakte met het concept van Veiling op je Club. Kort daarna werd contact gelegd met de organisatie achter het concept. “Toen hebben we besloten om het in de vorm van een heuse dinnershow te gieten, voor onze sponsoren en genodigden”, vertelt Voortman. “Dat paste goed bij de betrokkenheid van ons bedrijfsnetwerk.” De organisatie werd een gezamenlijke inspanning. Terwijl de externe partner zorgde voor een groot deel van de veilingkavels en de professionele begeleiding, richtte de commissie van Excelsior’31 zich op de locatie, de gasten, de communicatie en de complete organisatie rondom de avond. “Zonder Marieke Dengerink, Arnold te Wierik en Diny Altink die ook deel uitmaakten van deze commissie, was dit zeker niet gelukt,” vertelt Niels dankbaar. “Het was de eerste keer dat we zoiets organiseerden, dus we wisten niet precies wat we konden verwachten. Maar uiteindelijk werd het een prachtige avond met een mooie sfeer en een opbrengst waar we tevreden mee zijn. En van de opbrengst is ook nog zesduizend euro naar stichting Casper gegaan.” Volgens Voortman smaakt het zelfs naar meer. Het plan om in de toekomst opnieuw een veiling te organiseren ligt op tafel. “We zullen een volgende editie uiteraard in een ander jasje steken, maar daar hebben we wel wat ideeën voor, bijvoorbeeld in de nieuwe kantine.”
MEER DAN ALLEEN GELD
Voortman kijkt vooral naar wat de acties in beweging hebben gebracht. “Het totale resultaat van de eigen acties was lager dan waarop we hadden gehoopt”, zegt hij eerlijk, “maar we wisten vooraf ook dat de bouw nooit afhankelijk mocht zijn van één inkomstenbron. Daar hadden we rekening mee gehouden.” Belangrijker misschien nog was de betrokkenheid die tijdens het traject zichtbaar werd. De dinnershow trok een volle zaal sponsoren en vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor de organisatie. Bij de loterij zag Voortman eveneens veel enthousiasme. Tegelijkertijd zag hij dat juist in de slotfase veel leden en sponsoren alsnog/opnieuw opstonden om hun bijdrage te leveren. “Toen duidelijk werd dat het spannend werd, zag je de betrokkenheid groeien. Dat typeert uiteindelijk ook onze vereniging.”
SAMEN BOUWEN AAN DE TOEKOMST
Voor Voortman is dat misschien wel de belangrijkste opbrengst van alle acties. Niet alleen het bedrag dat werd opgehaald, maar het besef dat een nieuw clubhuis alleen gerealiseerd kan worden als een hele vereniging meedoet. “Je mag best kritisch zijn op wat beter had gekund, dat moet zelfs”, besluit hij. “Daar leren we van. Maar uiteindelijk zie je vooral hoeveel mensen bereid zijn geweest om tijd, energie en ideeën in dit project te steken. Dat is net zo waardevol als de opbrengst zelf.” Toen de plannen voor de bouw steeds concreter werden, waren René Klein Horstman als architect, Marcel Kreijkes als projectleider en Richard Baan vanuit het bestuur (samen met vele anderen) dagelijks bezig met de nieuwbouw. We spraken hen in juni ´26 over het project en over de stand van zaken van de bouw.
BOUWEN MET ROOD-WIT BLOED
Toen de plannen voor een nieuw clubhuis steeds concreter werden, ontstond al snel het besef dat hiervoor meer nodig was dan alleen een goed ontwerp. Er moest een team komen dat niet alleen verstand had van bouwen, maar ook van financiën, subsidies, installaties, uitvoering en verenigingsleven. “Je moet een kernteam bij elkaar hebben dat elkaar goed kent, elkaar vertrouwt en samen de schouders eronder wil zetten”, vertelt bestuurslid en speler van de heren 35+ Richard Baan. “Alleen dan kun je een project van deze omvang goed begeleiden.”
Samen met oud-voetballer en architect René Klein Horsman, Excelsior lid Marcel Kreijkes, in zijn dagelijks leven projectleider bij een aannemer, en diverse andere specialisten uit de vereniging ontstond het kernteam waarin vakkennis en clubgevoel samenkwamen. Volgens René was dat precies wat nodig was om het project vooruit te helpen. “We waren blij dat Richard Baan erbij kwam”, vertelt hij. “Wij waren al twee jaar bezig en er moest nieuwe energie komen. We moesten iemand uit het bestuur erbij hebben die ook bouwkundig kon meedenken. Dat maakte het veel makkelijker om beslissingen te nemen en richting te geven.”
FOTO: René Klein Horsman

ELKE VIERKANTE METER TELT
Voordat er ook maar één streep op papier werd gezet, werd eerst uitgebreid gesproken met de mensen die straks dagelijks gebruik gaan maken van het nieuwe clubhuis. Kantinevrijwilligers, diverse commissies, supportersvereniging en andere gebruikers werd gevraagd wat zij nodig dachten te hebben. “We hebben alle disciplines aan tafel gehad”, vertelt René. “Van de kantinecommissie tot de mensen die dagelijks op het sportpark aanwezig zijn. Vervolgens hebben we gekeken hoe ruimtes gecombineerd konden worden in functionaliteit, zodat iedere vierkante meter optimaal benut wordt.” Dat proces leverde soms stevige discussies op. Marcel Kreijkes kan er inmiddels om lachen. “Ik heb hier niet één opdrachtgever, maar tweeduizend opdrachtgevers”, zegt hij. “Iedereen heeft een mening en dat mag ook. Uiteindelijk moet je wel tijdig keuzes maken. Als je niet kiest, kan je niet verder bouwen en dat kan veel geld kosten.”
FOTO: Tweede van rechts Marcel Kreijkes.

MEER DAN EEN GEBOUW
Wie straks het nieuwe clubhuis binnenloopt, ziet veel meer dan alleen een nieuwe kantine. Het ontwerp is bewust gemaakt om mensen dichter bij elkaar te brengen. Volgens René Klein Horsman zit de grootste kwaliteit in iets wat bezoekers niet direct opvalt: het gebruik van het natuurlijke hoogteverschil op het sportpark. “Je kunt een gigantische kolos neerzetten, maar dat hoeft niet”, legt hij uit. “Door slim gebruik te maken van het terrein zie je vooral de bovenste laag van het gebouw. De kleedkamers liggen lager in het talud. Daardoor blijft het gebouw vriendelijk in schaal en past het veel beter in de omgeving.” Boven op die laag zit een ruim terras met uitzicht op meerdere velden. Precies daar zit volgens het kernteam de echte winst. “Als je in de kantine staat, zie je veld 1, veld 4 en veld 5”, zegt Richard. “Het is het middelpunt van de vereniging. Die verbinding met elkaar komt veel dichterbij dan nu.” Ook René ziet daarin de belangrijkste functie van het nieuwe clubhuis. “Bij kampioenswedstrijden zag ik supporters soms vijftig meter van het veld af staan”, vertelt hij. “Dat voelde voor mij niet als verbinding. Mensen moeten dichter bij het voetbal komen en dichter bij elkaar. Dat is de essentie van het hele ontwerp.”
ZONDER VRIJWILLIGERS GEEN NIEUWBOUW
Terwijl het gebouw als kool uit de grond schoot, benadrukken alle betrokkenen dat het succes niet alleen te danken is aan architecten, bouwbedrijven of bestuursleden. “Natuurlijk zijn alle bouwende bedrijven de drijfkracht van de bouw, aangestuurd door de bouwcombinatie Wessels Rijssen – Akor Groep en in samenwerking met Van Losser Groep en Van Dam Installaties, maar uiteindelijk zijn onze vrijwilligers ook onmisbaar geweest bij deze bouw”, zegt Richard stellig. “Van rommel opruimen tot snoeien, schoonmaken en allerlei andere voorbereidende werkzaamheden. Dat lijkt misschien klein, maar het maakt een enorm verschil.” Projectleider Marcel Kreijkes rekende het zelfs door. “Onze eerste calculatie lag ruim tien procent hoger dan het uiteindelijke budget waarmee we waren begonnen. Door allerlei werkzaamheden zelf uit te voeren en slim gebruik te maken van de kennis binnen de club hebben we dat verschil kunnen opvangen.” Ook sponsoren speelden daarin een cruciale rol. Niet alleen financieel, maar juist ook door expertise, materialen, materieel en mankracht beschikbaar te stellen. “Het is het clubhuis van de club”, zegt René. “Maar het is ook tot stand gekomen dankzij sponsoren. Dat moeten we niet vergeten.” Het was de eerste keer dat we zoiets organiseerden, dus we wisten niet precies wat we konden verwachten.\

EEN GEBOUW VOOR DE VOLGENDE GENERATIE
Voor Marcel gaat het uiteindelijk niet alleen om de oplevering van zomaar een gebouw. Marcel, al 35 jaar lid van Excelsior’31, kijkt vooruit. “Ik weet nog dat ik hier als klein jongetje rondliep in de oude kantine”, vertelt hij. “Nu vertelt mijn jongste zoon dat papa meewerkt aan de bouw van het nieuwe clubhuis. Misschien voetbalt hij hier straks zelf ook. Dat is het mooie van een vereniging. Verschillende generaties maken hier herinneringen met elkaar.” Wanneer het clubhuis straks wordt geopend, zit het werk van het kernteam erop. Dan is het aan de leden, vrijwilligers, supporters en sponsoren om het gebouw tot leven te brengen. Zoals Richard het samenvat: “Wij hebben straks ons werk gedaan. Daarna is het clubhuis het huis van de club.”