Interview met de trainer van A1, in 'De Voetbaltrainer'

Interview met de trainer van A1, in 'De Voetbaltrainer'

Roeland ten Berge is 27 jaar en heeft het TC2-diploma op zak. Zelf voetbalde hij voor Rohda Raalte, maar hij moest stoppen vanwege blessures. Ten Berge is jeugdtrainer geweest bij Rohda Raalte, Daventria en Excelsior ’31 uit Rijssen. Dit seizoen is hij trainer van de A1. Ook is Ten Berge voor de KNVB werkzaam als jeugdplancoach voor jongens < 14 en is hij ondersteunend medewerker voetbaltechnische zaken. bron: site van 'De voetbaltrainer Johan Cruyff: ‘Ik heb nog nooit alleen gewonnen’ Algemeen Roeland ten Berge: “In het seizoen 2002-03 ben ik bij Excelsior ’31 gekomen als trainer van de B1 en verzorgde ik op woensdagmiddag het technisch trainen voor de E1 en D1. Vorig seizoen trainde ik de D1 en A1 en heb ik de Excelsior‘31 Voetbalschool opgestart. Dit houdt in dat we de selectieteams extra activiteiten aanbieden. De doelstelling hiervan is om onze grootste talenten onder méér weerstand te laten spelen en het individu te voorzien van gespecialiseerde trainingen. Daarnaast heb ik samen met collega Jan van Brussel een nieuw jeugdbeleidsplan geschreven. Ook overwegen we nog om de club te laten certificeren. Binnen de club staat dus het opleiden van het individu voorop. We streven er wel naar om op een zo hoog mogelijk niveau te voetballen, maar niet ten koste van alles. Alle selectie-elftallen vanaf de E1 trainen drie keer per week. E1, D1, C1 en B1 krijgen twee keer per week training van hun eigen vaste trainer/coach en één keer per week technisch trainen van mij, mijn collega Mathijs Oostindië en dit seizoen ook van Jan Michels die nu bij Sparta Rotterdam speelt. Wat houdt technisch trainen in? Een uur lang zo veel mogelijk de technische vaardigheden als kappendraaien, passen trappen, aan- en meenemen van de bal en het verwerken van hoge ballen aan bod laten komen. Er worden dus geen partijspelen gespeeld. Ik maak daarbij veel gebruik van de oefenstof van Wiel Coerver. Om niet alles droog te oefenen, doe ik veel in kleine spelvormen en zorg er vervolgens voor dat er iets te winnen valt. Hierin zijn 1:1 en 2:2 of een overtal 2:1 of 3:2 perfecte vormen om de geleerde oefenstof zoveel mogelijk terug te zien. De spelers moeten leren wanneer ze 1:1 kunnen aangaan of beter een 1-2-combinatie kunnen maken. Om de technische vaardigheden zoveel mogelijk aan te scherpen, maken we bij Excelsior ’31 gebruik van een standaard warming-up waarin eerder genoemde vaardigheden allemaal kort aan bod komen. De spelers geef ik ook wel eens huiswerk mee om bepaalde schijnbewegingen, passeertechnieken sneller onder de knie te krijgen. Uiteindelijk zal men veel van deze oefenstof in partijvormen of wedstrijden terug moeten zien. Het is dan ook belangrijk dat spelers de vrijheid en het vertrouwen krijgen in hun acties wanneer ze bijvoorbeeld 1:1 staan.” Aanleren Door de gehele jeugdopleiding spelen we 1:4:3:3 bij Excelsior ‘31. Met name bij de eerstejaars D-jeugd is het van groot belang zo snel mogelijk te wennen aan een heel speelveld. Vandaar dat wij tijdens het seizoen met tweedejaars E-spelers en eerstejaars D-spelers oefenwedstrijden op een heel speelveld spelen tegen D1 teams uit de regio. Zo leren ze al gauw wat de spelbedoelingen zijn van 11 tegen 11. Op het moment dat E-spelers de overstap maken naar de D-jeugd hebben ze dus al een aantal wedstrijden samen op een heel speelveld gespeeld en kan de trainer verder gaan met het duidelijk maken van de verschillende organisaties. De spelers moeten op deze leeftijd heel geleidelijk leren wat ze moeten doen bij balbezit, balbezit tegenpartij en de twee schakelmomenten. Daarbij begin ik bij balbezit tegenpartij. Dit is de makkelijkste organisatie om mee te beginnen. Belangrijk hierbij is dat spelers leren het veld klein te maken en leren hun tegenstander die ver van de bal is los te laten en te knijpen naar de bal. Ook het 1:1 verdedigen en in ondertal verdedigen neem ik hierin direct mee. Van daaruit stap ik over op balbezit. In de organisatie staan we 1:4:3:3 en spelen we op het middenveld met de punt vooruit. Van achteruit willen we graag opbouwen en de vrije verdediger leren inschuiven. Het vereist al heel wat training om de D-jeugd te laten opbouwen. Het begint al bij de keeper die de doeltrap zal moeten nemen. Daarbij zet de tegenstander al heel vaak onbewust of bewust druk. Spelers moeten in ieder geval de intentie hebben om op te bouwen. Ze moeten leren omgaan met de coaching van de trainer bij bijvoorbeeld een verkeerde inspeelbal. Als je alleen maar dwingend in je coaching bent, zijn spelers bang om fouten te maken en zullen ze in benauwde situaties de bal zomaar wegwerken. Dit gaat ten koste van de spelbedoeling. In de omschakeling van balbezit naar balbezit van de tegenstander leer ik de spelers eerst om de tegenstander op te houden zodat iedereen in de organisatie verdedigend kan handelen. Na balverovering is het belangrijk dat de spelers de bal in bezit houden en niet weer direct weggeven. In beide momenten gaat het er om dat iedereen hetzelfde doet. Hoewel D-spelers pas kort op een heel veld voetballen, kunnen ze al wel veel leren over de basisafspraken bij de verschillende hoofdmomenten. Alles kan vervolgens langzaam maar zeker gekoppeld worden aan de taken per linie en per positie.” Kalender icoon Thursday 13 January 2005 / Algemeen

Gerelateerd nieuws

Ontdek de nieuwbouw van Excelsior31

Met passie gebouwd door: Bandwerk merkenbouwers