Excelsior’31 heeft met Gerard Geerdink Johannink (53) een trainer/coach in huis gehaald die gepokt en gemazeld is, in het (Twentse) (amateur)voetbal. Het moet gezegd, reeds vier jaar geleden was Geerdink Johannink al eens nadrukkelijk in beeld bij de Rijssenaren, maar gaf hij de voorkeur aan een langer verblijf bij de jeugdopleiding van FC Twente.
Het afgelopen seizoen was de in Vasse woonachtige docent aan het ROC Oost Nederland in dienst bij zondag hoofdklasser HSC’21, als technisch manager. Toen rond de winterstop de geruchtenstroom in beweging kwam dat Excelsior’31 op zoek was naar een nieuwe trainer/coach – en men Gerard Geerdink Johannink zag als ideale kandidaat – werd in Haaksbergen besloten dat het voor zowel club als technisch manager beter was dan de wegen - per omgaand - zouden scheiden.
’We zijn in goed overleg uit elkaar gegaan, absoluut. Het grote voordeel van de situatie die zich toen voordeed was dat ik vanaf dat moment al mijn tijd en energie kon steken in het bekijken van de diverse selectieteams, bij Excelsior’31. Daardoor heb ik me een prima beeld kunnen vormen van het niveau van de diverse individuele spelers. Wat betreft het 1e elftal mag je de conclusie trekken dat er de laatste drie seizoenen prima gepresteerd is. Twee kampioenschappen achtereen en afgelopen seizoen een verdienstelijke 3e plaats op de ranglijst - plús periodetitel - is dan ook bepaald geen sinecure.
Wij zullen er met z’n allen voor moeten waken dat er geen verzadiging optreedt, in de huidige spelersgroep. Wat ik daarmee wil zeggen is dat niet iedereen zomaar klakkeloos mag aannemen dat Excelsior’31 in de toekomst zomaar vanzelf weer om de prijzen mee zal kunnen doen. Vanzelfsprekend streef ook ik het allerhoogste na, dat mag iedereen duidelijk zijn. Sterker, het is zelfs een verplichting, die ik mezelf op leg, als trainer. Excelsior’31 – als club – heeft een bepaalde spelopvatting, die als rode draad door de hele vereniging loopt. Binnen die marges wil ik een eigen stijl van voetballen neerzetten, die voor iedereen herkenbaar is.
Voor spelers, maar even zo goed voor het publiek. Over publiek gesproken, de entourage bij het zaterdagvoetbal is vele malen groter dan – in sommige gevallen – bij het zondagvoetbal. Daar ben ik door ondervinding wel achter gekomen. Voor een voetballer is er toch niets mooiers te verzinnen dan te mogen spelen voor een kleine 3000 toeschouwers, zoals afgelopen seizoen bij de derby in Wierden. Geweldig, toch? Daar doe je het in feite allemaal voor…’