RIJSSEN – Het was de zomer van 1965, een volgepakt sportpark aan de Wierdensestraat (het huidige onderkomen van ‘Arrevee’). Luttele minuten vóór het laatste fluitsignaal van de scheidsrechter schiet Excelsior’31 spits Jan Wold de laatste illusies van Zwart Wit’28 aan flarden en bezorgt zijn club de winnende treffer. En, niet te vergeten, de landstitel. Onvergetelijke momenten, ook voor Jan Wold. ‘Groot feest, was het. Het publiek stroomde massaal het veld en wij werden op de schouders genomen en gejonast tot we er van duizelden. Er werd ’s avonds een groot feest georganiseerd bij hotel Gijsbers. Die tijd was sowieso niet te vergelijken met wat er vandaag de dag allemaal aan pers en publiciteit bij wedstrijden komt kijken. Ik meen dat de RONO een rechtstreekse uitzending had en ’s maandags een samenvatting uitzond. Dat was het wel zo’n beetje. Ik heb alle krantenknipsels uit die tijd verzameld en in een plakboek gebundeld. Dat plakboek heb ik ooit eens uitgeleend en vervolgens nooit weer gezien. Daar baal ik goed van. Ik kan me absoluut niet meer herinneren wie dat ding nu van mij in huis heeft..!’
Vandaag de dag zien insiders in Excelsior’31 linkshalf Nick Hoekstra een voetballer die te vergelijken is met de legende Jan Wold. Allebei gezegend met een meer dan modale traptechniek, maar ogenschijnlijk een broertje dood aan loopacties. ‘Een goede voetballer moet vooral niet teveel lopen’, grijnst de inmiddels 58-jarige voormalige topschutter. ‘Van mij werd wel eens gezegd dat ik een bal gewoon liet lopen, wanneer ik niet in de voet werd aangespeeld maar een aantal centimeters er naast. Misschien was ik wel een wat luie voetballer. ‘Ik heb andere kwaliteiten’, zei ik altijd maar. Je moet het zo zien: wij hadden in die periode een verschrikkelijk goed uitgebalanceerd elftal. Het was een échte vriendenploeg, die voor elkaar door het vuur ging. We hadden een paar bikkelaars en balafpakkers en een behoorlijk aantal technische voetballers, waar ik er één van was. Met o.a. Jan Kappert, Henk van Vondel en mijn persoontje was het creatief vermogen erg groot. Met een razendsnelle Willem Leusink hadden we bovendien een levensgevaarlijk wapen in huis. Wij waren behoorlijk op elkaar ingespeeld. Als de ene speler op goed moment een pass verstuurde, wist de ander al waar de bal terecht zou komen. Ik denk dat wij destijds één van de eersten waren die écht modern voetbal speelden. Technisch verzorgd, en als het moest genadeloos hard. Want mijn broer Harm en Dieks Nijland, Johan Dangremond en Henk Baan waren bepaald geen lieverdjes. Waarbij Dieks ook nog eens technisch een geniale voetballer was en daarmee het Nederlands elftal haalde…’
Politieagent
Jan Wold buldert het uit van het lachen als hij terugdenkt aan een anekdote met trainer Leo Halle: ‘Ik kan me herinneren dat we ooit eens een bruiloft hadden, op vrijdagavond. Trainer Halle stond er op dat iedereen om 21.00 uur naar huis heen ging, want de volgende dag stond er immers een belangrijke wedstrijd op het programma. Natuurlijk gingen wij niet naar huis, maar naar het café. Wij zaten met een groot aantal spelers bij Anton Kamphuis (het huidige café-restaurant De Blauwe Reiger, red.) en wie kwam daar binnen? Trainer Leo Halle. Wij allemaal onder de tafel gedoken, maar dat was vergeefs. Hij trok ons aan de oren het café uit en de volgende dag kregen we er flink van langs. Er ging hem weinig mis, die Leo Halle. Een fijne trainer om mee te werken, waar ik veel van geleerd heb. Net als van Groothuis, Philippo en Tusveld, trouwens. Wat dat betreft maak ik geen onderscheid..’
Om gezondheidsredenen heeft Jan Wold lange tijd z’n gezicht niet kunnen laten zien, op het sportpark De Koerbelt. Gelukkig is hij de laatste weken weer gesignaleerd en geniet met volle teugen van de verrichtingen van de huidige selectie. ‘Het is jammer dat ik niet eerder weer ben gaan kijken. Daar heb ik wel spijt van. Ik voel me momenteel weer prima, maar heb nog een lange weg te gaan. Als je weet waar ik vandaan kom, dat was niet gemakkelijk. Die beroerte heeft me een flinke knauw gegeven. Maar ik geef niet zo gauw op, ik ben een vechter, weet je..’, aldus Jan Wold.